Across
- 3. als ik niet kan stoppen met een iets doen.
- 5. Hiermee kan ik staan, lopen, hardlopen. (mv)
- 7. Ze zijn beschermd met mijn schoenen (mv)
- 8. mijn achterzijde.
Down
- 1. Hiermee kan ik mijn telefoon pakken (mv)
- 2. Oh, ik heb 40 graden, ik heb:
- 4. als ik ziek ben, ga ik op:
- 6. Als ik niet fit ben, ben ik:
- 7. ik woon hier.
- 8. hiermee kan ik zien (mv)
