Across
- 1. willen
- 5. maken,doen
- 6. geen
- 10. de god
- 12. dragen, brengen
- 13. alleen,eenzaam
- 15. de tempel
- 18. de vriend
- 19. middelste
- 21. bedekken,beschermen
- 22. de roos
- 23. waarschuwen
- 25. (in)nemen
- 26. dapper,sterk
- 28. mooi
- 31. eerste
- 32. leiden
- 34. beminnen
- 35. de kust
- 36. het leven
- 38. het lichaam
- 40. de jongen
- 44. de grootvader
- 46. wijs,verstandig
- 47. het deel, de kant
- 50. nieuw
- 51. gaan
- 52. het forum
- 53. het gevecht
Down
- 2. de plaats
- 3. goed
- 4. de vrucht
- 5. de zoon
- 7. woedend op
- 8. niet willen
- 9. lang
- 10. zeggen
- 11. het geschenk
- 14. de aarde
- 16. groot,belangrijk
- 17. Grieks
- 20. zijn
- 23. de moeder
- 24. de zaak
- 27. luisteren
- 29. geheel
- 30. liever willen
- 31. het meisje
- 33. het kamp
- 36. de wijn
- 37. de leider
- 39. zwaar,ernstig
- 41. het eiland
- 42. kunnen
- 43. het volk
- 45. de slaaf
- 48. Romeins
- 49. de meester
