Lekker

1234567891011121314151617
Across
  1. 4. Een heel klein beetje, bijvoorbeeld zout.
  2. 5. Hoe je je voelt.
  3. 7. Fijn.
  4. 9. Iet wat niet makkelijk is.
  5. 12. Dingen klaarzetten en regelen voordat je begint.
  6. 14. Nauwkeurig.
  7. 15. Het plezier dat je van tevoren hebt.
  8. 16. Een zenuwachtig gevoel.
  9. 17. De durf om iets moeilijks of engs te doen.
Down
  1. 1. Gezellig
  2. 2. Een beschrijving van hoe je een gerecht klaarmaakt.
  3. 3. Een mengsel waarvan je iets kunt bakken.
  4. 5. Met zout.
  5. 6. Klaarmaken.
  6. 8. Anders dan gewoon
  7. 10. Doorgaan,ook als het moeilijk wordt.
  8. 11. Iets heel fijn vinden
  9. 13. Mooi.
  10. 16. De stemming die ergens is. In de klas is er een fijne ....