Leren Programmeren

12345678
Across
  1. 2. Dit digitale spel heb je vorige week gespeeld
  2. 5. Wat je van een computer kunt aanraken, bijvoorbeeld de harde schijf en het scherm.
  3. 6. De leraar die je les geeft vandaag
  4. 8. De programma's die op een computer staan
Down
  1. 1. Met dit programma schrijf je vandaag de code
  2. 3. Hiermee kun je je eigen game maken
  3. 4. Dit zijn de mensen die de code schrijven
  4. 7. Met deze robot ga je vandaag werken