Les 2

1234567891011
Across
  1. 3. Iets opnieuw openen.
  2. 7. Als je met iets gaat rijden.
  3. 8. Als iets niet diep is.
  4. 10. Als iedereen het er over eens is.
  5. 11. Iets wat je bij honden heel vaak hoort.
Down
  1. 1. Iemand die handelt.
  2. 2. Het verkleinwoord voor mobiel.
  3. 4. Als je ergens achterkomt.
  4. 5. Als iets heel mooi staat
  5. 6. Een ander woord voor juf.
  6. 9. Als je alles heel netjes doet.