Les 2 Fietsen maken + Les 3 Werk zoeken. Thema 1 Woordenschat Groep 6

1234567891011121314
Across
  1. 1. Het geld dat je heb moeten betalen om iets te maken of te kopen bij de fabriek.
  2. 3. Een gedeelte van je salaris dat je aan de regering geeft.
  3. 4. Ruimte waar dingen worden gemaakt. In een werkplaats ligt gereedschap en staan soms machines.
  4. 7. Het werk.
  5. 8. Op een bepaalde manier de spullen neergezet. In een werkplaats om er handig te kunnen werken.
  6. 9. Als je iets verkoopt voor meer geld dan jezelf betaald hebt.
  7. 10. Opruimen, je stopt het in een kast.
  8. 12. Bijna niet, nauwelijks.
  9. 14. Van alle kanten bekijken, langs lopen.
Down
  1. 2. Geven.
  2. 5. Het loon.Het geld dat je verdient met werken.
  3. 6. De baas spelen, laten zien dat je de baas bent.
  4. 11. Iets ergens neer neerzetten of neerleggen. Je geeft het een plaats.
  5. 13. Een klein metalen of houten staafje waarmee je iets vast maakt.
  6. 14. toonbank of een tafel waar je informatie krijgt.