Across
- 3. V, staat voor de lens, wordt erachter afgebeeld
- 6. F, daar komen evenwijdige stralen samen
- 7. het meest nabije punt dat je oog nog scherp kan zien (ij = i+j)
- 9. iemand die veraf niet scherp ziet zonder te accommoderen is ...
- 10. dit ding in je oog buigt lichtstralen
- 13. v, zover staat een voorwerp van de lens af
- 15. dat is een bundel stralen die van elkaar af buigen
- 16. b, zover achter de lens wordt komt het beeld te staan
Down
- 1. N, hoeveel het beeld groter is dan het voorwerp
- 2. f, hoe sterker de lens hoe korter de ...
- 4. iemand die een leesbril nodig heeft is ...
- 5. S, dikke brillenglazen hebben een grote ...
- 8. twee lijnen die elkaar niet kruisen zijn ... (ij = i + j)
- 11. dat is een bundel stralen die naar elkaar toe buigen
- 12. iemand is ... als zijn ooglens te sterk is (ij = i+j)
- 14. B, wordt achter een bolle lens geprojecteerd
