Literatuur in de renaissance

123456789101112131415161718
Across
  1. 2. Beeldspraak waarbij levensloze zaken menselijke eigenschappen krijgen.
  2. 5. 'Vader' van het sonnet (achternaam).
  3. 9. een vers.
  4. 12. Hierbij moet de kunstenaar niet meer anoniem blijven, maar mag hij zijn naam vermelden op het kunstwerk, het wordt persoonlijke kunst.
  5. 13. Bepaald het metrum, kleinste maateenheid
  6. 16. Afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in het sonnet.
  7. 17. Bestaat altijd uit een afbeelding (pictura)met een spreuk (inscripto/motto) en een kort gedicht (subscripto)en kan allerlei onderwerpen hebben.
  8. 18. Rederijkerskamer waar P.C Hooft lid van was.
Down
  1. 1. Idee dat de men centraal staat met zijn lichamelijke en geestelijke vermogens.
  2. 3. Educatieve reis ter voorbereiding op een handelscarrière.
  3. 4. Klankovereenkomst van twee beklemtoonde eenlettergrepige woorden of woorddelen op de beginmedeklinker na.
  4. 6. Compacte dichtvorm met strakke regels.
  5. 7. Kunst mag ook gewoon mooi zijn en hoeft niet God te eren of een boodschap te verkondigen.
  6. 8. Onderwerp van de meeste sonetten.
  7. 10. Periode waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden beschikten over enorme materiële rijkdommen en de Nederlandse cultuur op wereldniveau schitterde.
  8. 11. 2 terzines zijn samen een...
  9. 14. Inhoudelijke wending in een gedicht.
  10. 15. Dit heb je wanneer er 6 jamben per versregel zijn.