Mayor

123456789
Across
  1. 1. het is iets vanachter in je mond
  2. 3. je kan het gebruiken voor herinnering
  3. 4. het zorgt voor je en het is niet je mama
  4. 6. het is iets uit het bos
  5. 8. je kunt er mee zien
  6. 9. je kunt er mee schrijven
Down
  1. 1. als je iets naar iemand stuurt maar geen bericht
  2. 2. je kunt er dingen opzoeken en het is elektrisch
  3. 5. het is een dier
  4. 7. het hout je warm