meesleenheer 1.1

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 2. vlam
  2. 4. puin
  3. 6. niet goed wetend
  4. 7. terugkijken, omkijken
  5. 8. (doen) rimpelen, (doen) golven
  6. 9. verschijnen, tevoorschijn komen
  7. 10. vallen, tuimelen
  8. 11. ondraaglijk
  9. 16. praten over
  10. 18. ontzettend
  11. 20. met een harde klap ergens tegenaan botsen
  12. 22. ergens dwars doorheen vliegen
  13. 23. deel
  14. 24. op het nippertje
  15. 25. stof
Down
  1. 1. ongeveer
  2. 3. brokstukken
  3. 5. plotseling
  4. 12. ontploffen
  5. 13. klap
  6. 14. bukken
  7. 15. neerstorten
  8. 17. (be)twijfelen
  9. 19. wandelen, slenteren
  10. 21. verslag