Across
- 1. Ga niet met een lege maag naar de winkel. Wanneer je ... hebt, koop je meer.
- 2. Ga zo weinig mogelijk naar de winkel. Doe boodschappen voor een ... .
- 4. Koop enkel wat je nodig hebt. Maak dus thuis eerst een ... .
- 5. Je betaalt je boodschappen best ... .
Down
- 1. De ... van warenhuizen zijn goedkoper dan de bekende merken.
- 3. Koop groente en fruit van het ... . Deze zijn goedkoper.
