Naar de supermarkt.

12345
Across
  1. 1. Ga niet met een lege maag naar de winkel. Wanneer je ... hebt, koop je meer.
  2. 2. Ga zo weinig mogelijk naar de winkel. Doe boodschappen voor een ... .
  3. 4. Koop enkel wat je nodig hebt. Maak dus thuis eerst een ... .
  4. 5. Je betaalt je boodschappen best ... .
Down
  1. 1. De ... van warenhuizen zijn goedkoper dan de bekende merken.
  2. 3. Koop groente en fruit van het ... . Deze zijn goedkoper.