Nacht les 1

123456789
Across
  1. 5. Half slapen
  2. 6. Als je niet in slaap kunt vallen
  3. 8. Iemand die tot laat in de nacht wakker blijft
  4. 9. Iemand die 's nachts gebouwen bewaakt zodat er niet ingebroken wordt
Down
  1. 1. Heel erg donker
  2. 2. Halfdonker. De tijd vlak voordat de zon opkomt, of vlak voordat hij ondergaat
  3. 3. Helemaal wakker
  4. 4. Half slapen, slaperig zijn
  5. 7. Overdag een licht slaapje doen
  6. 8. Een groep mensen die 's nachts werkt