Nederlands 3 - hoofdstuk 5 - vocabulaire

12345678910111213141516171819
Across
  1. 2. er is niemand zoals jij, je bent ...
  2. 4. niet blij maar ...
  3. 6. als je ergens heel goed in bent, dan heb je ...
  4. 7. na iets
  5. 8. als je werkt, krijg je dit meestal elke maand
  6. 11. nog een keer
  7. 14. niet een andere
  8. 16. de studie
  9. 17. elke dag
  10. 18. dit krijg je op school of op de universiteit
  11. 19. de samenleving
Down
  1. 1. niets
  2. 3. iemand die veel weet van een onderwerp
  3. 5. hulp of begeleiding
  4. 9. dit draag je buiten aan je voet
  5. 10. gebruiken, maar later weer teruggeven
  6. 12. nog meer
  7. 13. zeggen dat iets klopt
  8. 15. de baan
  9. 18. dit is niet belangrijk of waar