nederlands

12345678910111213
Across
  1. 2. instelling, houding
  2. 4. beoordelen
  3. 5. nakijken
  4. 7. iets wat je kunt
  5. 8. onderwerp dat word behandeld
  6. 11. opbouw
  7. 12. hoofdletter
  8. 13. informatie geven
Down
  1. 1. lijst met aandachtspunten die gecontroleerd moeten worden
  2. 3. tekst die rondom een of meerdere woorden staat
  3. 5. foutloos
  4. 6. wat je meedeelt met je lichaam
  5. 9. nieuwkomer
  6. 10. manier waarop je stem klinkt