nederlands

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 4. een reden geven
  2. 5. ergens een datum aan geven
  3. 6. zonder fouten maken
  4. 7. zakelijk beleefd
  5. 9. zeggen,opsommen
  6. 11. opvatten als,beoordelen
  7. 13. heel erg,in hoge mate
  8. 14. iets krijgen
  9. 15. keer op keer
  10. 17. waarom iemand iets doet
  11. 18. zich nemen doen,uitvoeren
  12. 19. gebruiken
  13. 21. wenselijk,het wordt aangeraden
  14. 22. als inhoud hebben
  15. 23. bepaald werk dat iemand doet
Down
  1. 1. moeilijk
  2. 2. geven het belangrijkste zaken in een tekst weer
  3. 3. niet officieel
  4. 8. iets dat minder van belang is detail
  5. 10. woorden die duidelijk maken wat je met iets bedoeld
  6. 12. kort en bondig
  7. 14. uitspraak iets wat iemand zegt
  8. 16. in het begin
  9. 18. bekijken,doorlopen
  10. 19. de oorzaak zijn,leiden tot
  11. 20. afhankelijk van hoe men er naar kijkt