Across
- 1. Hij prikt zich aan de stekels van een ... plant
- 3. Die koorts kan komen van een virus of een ...
- 5. Een kleedhokje of een ...
- 6. Hij is een geheim agent of een ...
- 7. Door die training is de atleet in een goede ...
- 10. Een medicijn of een ...
- 11. Om een huis te bouwen ga ik eerst naar een ...
- 12. Schuin schrift noemt men ook ... schrift.
- 14. De auti start niet, de ... is leeg.
- 17. Hij maakt altijd iets nieuws: zijn ... is grenzeloos!
- 18. Toon treedt in het circus op als
- 19. Heb je op de televisie die ... gezien over vogels?
- 20. Kunst en ...
- 21. We kijken naar de sterren door de ...
- 23. Een sprotprent of een ...
- 24. Als het regent, draag ik op de fiets een ...
Down
- 2. Hij werkt als ... bij een toneelgezelschap.
- 4. Onze juf verbetert of ... onze toetsen.
- 5. Ik ben tevreden of ...
- 6. In ons land zijn er ... verkiezingen.
- 7. Die zetel zit gemakkelijk. Hij zit ...
- 8. Mijn computer is stuk of ...
- 9. Die goochelaar heeft een mooie goochel...
- 13. Langs de weg eten we vlug een ...
- 15. Hij spreekt het West-Vlaams ...
- 16. Met melk en chocoladepoeder maakt mama een kop cacao
- 17. Op de trein conctroleert de ... mijn ticket.
- 22. Hij is een echte grappenmaker of een ...
- 23. In onze living staat een gezellige ...
