Across
- 3. na het werkwoordelijke gezegde benoem je het ... voorwerp
- 4. het werkwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde bestaat uit een kww en eventueel één of meer ...
- 5. na het LV benoem je het ...
- 7. een van de drie koppelwerkwoorden
- 9. een koppelwerkwoord koppelt het ........... Aan het naamwoordelijk deel.
- 10. 'Door die gezonde manier van leven werd zij erg oud.' is werd hier een kww, hww of zww?
- 12. het lijdend voorwerp in de zin 'Jou heb ik toch niets gevraagd!'
- 13. het WG vertelt wat iets of iemand ...
- 14. het NG vertelt wat iets of iemand ....
- 16. 'Ik word gauw verlegen' het naamwoordelijk deel van het NG is ....
- 17. het naamwoordelijk deel bevat een zelfstandig of een .. naamwoord
Down
- 1. een van de drie koppelwerkwoorden
- 2. alle woorden vóór de pv vormen ... zinsdeel
- 4. 'de tuinman heeft de tuin prachtig ingericht.' heeft is hier een ... werkwoord
- 6. 'de tuinman heeft de tuin prachtig ingericht.' ingericht is hier een ... werkwoord
- 7. het werkwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde bestaat uit één of meer ...
- 8. 'Het vliegtuig is een populair vervoermiddel' Heeft deze zin een NG of WG?
- 11. 'Die man schijnt een misdadiger te zijn.' dit is een 'zijn' of een 'doen' zin?
- 15. wat voor werkwoordsvorm is 'ga' in de zin: Ik ga morgen met haar fietsen?
- 18. het meewerkend voorwerp in de zin 'Jou heb ik toch niets gevraagd!'
