Op de plaats van de ....... d, t of dt schrijven

123456789101112
Across
  1. 2. Ik .......... later ook schrijver, zegt Johan.
  2. 4. Je .......... de betekenis in je woordenboek.
  3. 6. Weet je wat dit woord ..........?
  4. 7. .......... je altijd even duidelijk?
  5. 9. Wat jammer dat het weer ..........!
  6. 10. Maar of hij daardoor leniger .......... is een andere zaak.
  7. 11. Johan .......... niet meer mee.
  8. 12. Je .......... best niet te lang.
Down
  1. 1. De kachel .......... hier lekker.
  2. 3. Ja hoor, .......... Mia.
  3. 5. .......... je niet dat we beter thuis blijven?
  4. 8. Johan .......... liever in een hoekje met een boekje.
  5. 9. Anders .......... je het weer.