Opdracht 4

123456789
Across
  1. 2. Het gebruiken van je krachten. Iets wat energie kost.
  2. 4. Precies kijken wat er aan de hand is.
  3. 5. Besluit.
  4. 6. Iets ergens in plaatsen.
  5. 9. Een teken/sein.
Down
  1. 1. Iemand vragen te komen of mee te gaan.
  2. 3. Werking/ waarvoor het dient.
  3. 7. Een reisje om iets te leren.
  4. 8. Planten laten groeien om er iets mee te doen.