Across
- 2. waar ze bidden.
- 5. hij verstopt eieren.
- 7. ze kruipen bijna altijd hun holletje.
- 9. ze hebben mooie kleur en ze ruiken lekker.
- 10. je moet het zoeken.
Down
- 1. het fijn hebben.
- 3. het is lekker.
- 4. het legt een ei.
- 6. het is ongezond voor je maar het is lekker.
- 8. iemand telt en die andere zorgt dat hij niet word gevonden
