Persoonsvorm in de tegenwoordigetijd

123456789
Across
  1. 5. De mentor overhandigen persoonlijk de rapporten.
  2. 6. Jan besteden te weinig tijd aan zijn huiswerk.
  3. 8. Wij werken hard.
  4. 9. Het feest zijn uitgesteld.
Down
  1. 1. Jij lachen irritant.
  2. 2. Als je dat niet veranderen, vind ik het maar niets.
  3. 3. Wat vinden je leraar van je werk?
  4. 4. Deze wedstrijd vervelen mij ontzettend.
  5. 6. Ik benijden de coach niet.
  6. 7. Hij erven een oude Renault.
  7. 8. Worden jij nu al weer boos?