Posterwoorden groep 4

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Across
  1. 3. eerst, vooral
  2. 6. de mening die niet op feiten berust
  3. 7. wanneer alles financieel goed gaat, rijkdom, voorspoed
  4. 9. een vaste plaats krijgen of geven
  5. 11. de verandering om iets te verbeteren
  6. 13. plaats of ruimte bezetten, soms met geweld
  7. 17. de periode (in een ontwikkeling)
  8. 19. de rang of plaats in de maatschappij
  9. 20. grote verandering
  10. 22. ondoorzichtig (van vloeistoffen), onzuiver
  11. 24. als je met iemand strijdt om de beste te zijn
  12. 26. de versiering van kamers, gebouwen en straten
  13. 27. het wapen
  14. 31. weg laten vloeien
  15. 32. een deel van iets, een stof die ergens in zit
  16. 33. afspraken op papier
  17. 34. als je als goede vrienden met elkaar omgaat, gemakkelijk
  18. 35. het gebied
  19. 36. de verbetering
  20. 39. ergens goed in zijn, iets kunnen
  21. 40. iets dat je heel goed kan, aanleg voor iets
Down
  1. 1. het geld van de overheid
  2. 2. producten uit het buitenland naar het eigen land brengen
  3. 4. ergens tijd of geld aan besteden
  4. 5. iets met moeite te pakken krijgen
  5. 8. de toestemming (om vrij te nemen)
  6. 10. alleen je eigen land of volk belangrijk vinden
  7. 12. niet waarderen, geen rekening mee willen houden
  8. 14. belangrijk en daarom ben je er een beetje bang voor, gevreesd
  9. 15. afscheiden, naar buiten komen van een stof
  10. 16. sorteren en in volgorde zetten
  11. 18. het geluk
  12. 21. ondertussen, in de tussentijd
  13. 23. het gebied waar twee vijandige legers tegenover elkaar staan
  14. 25. het resultaat, het effect
  15. 28. ergens dreigend in een kring omheen staan
  16. 29. grote hoeveelheid geld
  17. 30. snel en oppervlakkig
  18. 37. een situatie of plaatje om naar te kijken
  19. 38. kalm, niet in uitersten