Across
- 2. ik (denken)......... niet dat ik het antwoord ken.
- 4. We willen naar buiten gaan.
- 5. je (spreken) goed Frans.
- 7. we (eten) .....vanavond spaghetti.
- 8. Jan (mogen)......... niet met zijn vrienden uitgaan.
Down
- 1. zij (antwoorden) op de vraag
- 3. Sophie (kunnen) ........... niet goed lezen.
- 5. Welke videospel (spelen) ........... je graag?
- 6. ........ (komen) Thomas ook naar de basketbalmatch kijken?
- 9. Hoe ...... (gaan) je naar school?
