Across
- 2. ..............(5)de man wiens koker is gevuld met pijlen zoals zijn kinderen.
- 4. de vrucht van de schoot is een.............(3)van God.
- 5. door zijn vaderschap staat hij niet te...........(5)als hij zijn vijanden aanklaagt in de poort.
- 7. als.............(4)in de hand van een schutter, zo zijn kinderen
- 8. hij geeft het zijn lieveling in de.............(2)
- 10. als de Heer niet bouwt, vergeefs is het dat je.............(2)voor wat brood –
Down
- 1. als de Heer niet bouwt, vergeefs is het dat je...........(2)opstaat,
- 3. ................(3)zijn een geschenk van de HEER,
- 4. als de Heer de stad niet..............(1), vergeefs doet de wachter zijn ronde.
- 6. als de.............(1)het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers;
- 9. als de Heer niet bouwt, vergeefs is het dat je...........(2)te ruste legt,
