psalm135b

1234567891011
Across
  1. 2. hun land gaf hij in bezit, in............(12)aan Israël, zijn volk
  2. 3. er komt geen............(17)uit de mond van hun goden
  3. 5. hij trof vele volken en doodde machtige……………………(10)
  4. 7. van u zal men............(13), van geslacht op geslacht
  5. 9. hij trof de.............(8)van Egypte, van mens en van dier
  6. 11. hij deed.............(9)en tekenen voor de farao en al zijn dienaren
Down
  1. 1. goden van andere volken zijn van zilver en goud, gemaakt door..........(15)
  2. 4. de goden hebben een.............(16), maar kunnen niet spreken
  3. 6. zoals de goden, zo worden ook hun makers en ieder die op hen...........(18)
  4. 8. de goden hebben..........(16), maar kunnen niet zien
  5. 10. de goden hebben............(17), maar kunnen niet horen