Across
- 2. Iemand met wie je samenleeft of getrouwd bent.
- 7. Opvoeden, ervoor zorgen dat een mens of dier volwassen wordt.
- 8. Hoe iets is op een bepaald moment.
- 9. Ergens even kijken.
- 10. Ergens bij horen.
Down
- 1. Het deel van een jaar.
- 3. Eindigen.
- 4. Opeens, je had niet gedacht dat het zou gebeuren.
- 5. Het belangrijkste en leukste moment.
- 6. Kijken naar wat hetzelfde en wat anders is (tussen twee dingen of personen)
