Across
- 2. – Niet eten of drinken tussen zonsopgang en zonsondergang.
- 5. – De plaats waar moslims samenkomen om te bidden.
- 8. – De mensen die dicht bij je staan, zoals ouders, broers en zussen.
- 10. – Een moment van contact met Allah, vijf keer per dag.
- 11. – De bedoeling of intentie waarmee je een goede daad begint.
- 12. – De waarheid spreken en rechtvaardig handelen.
- 14. – De maand waarin moslims vasten om dichter bij Allah te komen.
- 15. – De vroege maaltijd vóór het vasten begint.
Down
- 1. – Weten dat alles wat je hebt, een zegen van Allah is.
- 3. – Rustig blijven, ook als iets moeilijk is of lang duurt.
- 4. – Wat je doet vóór het gebed om jezelf te reinigen.
- 6. daden – Dingen doen die anderen helpen, zoals geven en delen.
- 7. – Extra nachtgebeden die alleen in Ramadan worden gedaan.
- 9. – Het heilige boek dat aan de profeet Mohammed ﷺ werd geopenbaard.
- 13. – De maaltijd waarmee we het vasten verbreken.
