SCHOOL

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 3. Persoon die lesgeeft op school.
  2. 7. Vak waarin met getallen wordt gewerkt.
  3. 8. Plaats waar boeken worden uitgeleend.
  4. 9. Groep leerlingen die samen les krijgt.
  5. 10. Overzicht van schoolresultaten.
  6. 12. Exotisch dier gelokaliseerd hier op school.
  7. 15. Boekje waarin huiswerk en afspraken worden genoteerd.
  8. 16. Elektronisch apparaat dat vaak in de les wordt gebruikt.
  9. 19. Gereedschap om te knippen.
  10. 20. Voorwerp waarmee potlood wordt uitgeveegd.
  11. 22. Vak over lezen, schrijven en spreken.
Down
  1. 1. Iemand die onderwijs volgt.
  2. 2. Persoon die toezicht houdt op het schoolgebouw.
  3. 4. Leermiddel met teksten en oefeningen.
  4. 5. Opdrachten die thuis gemaakt worden.
  5. 6. Bewijs dat een opleiding is afgerond.
  6. 11. Schriftelijke of mondelinge proef.
  7. 13. Ruimte waar sportlessen plaatsvinden.
  8. 14. Schrijfgerei dat uitwisbaar is.
  9. 17. Schrijfgerei met inkt.
  10. 18. Plaats waar onderwijs wordt gegeven.
  11. 21. Tijd waarin leerlingen even niet hoeven te werken.