Schoolreis

1234567891011
Across
  1. 2. de situatie op een bepaald moment
  2. 4. weggaan
  3. 5. een onverwachte gebeurtenis
  4. 7. regen, sneeuw of hagel
  5. 8. het tweetal
  6. 10. ergens zin in hebben
  7. 11. het einddoel van je reis bereiken
Down
  1. 1. een reisje voor je plezier
  2. 3. het weerbericht
  3. 4. trein, auto, fiets of vliegtuig
  4. 6. naast andere dingen
  5. 9. ergens naartoe gaan