schooltaalwoorden les 4

123456789101112131415
Across
  1. 2. Synoniem voor opdracht.
  2. 6. Er voor zorgen dat iemand iets begrijpt.
  3. 7. Je wil iets bereiken. Je zegt: "Het is de ... ".
  4. 9. In de juiste volgorde plaatsen.
  5. 10. Synoniem voor illustratie.
  6. 11. Hoe je iets zegt. Soms ook wat je zegt.
  7. 12. Niet vergeten.
  8. 14. Aan iets meedoen.
Down
  1. 1. Het einde van een probleem.
  2. 3. Als je zegt: "Ik heet ...". Dat is jezelf ...
  3. 4. Een deel van iets.
  4. 5. Iets wat je verteld, met een begin en een einde.
  5. 8. Synoniem voor onderlijnen.
  6. 13. Wat met veel zorg is gedaan. Dat heb je goed ...
  7. 15. Iets opschrijven.