schooltaalwoorden

123456789101112131415161718
Across
  1. 1. Bemoedigen
  2. 3. Het materiaal waarop of waarmee iets wordt overgebracht
  3. 6. Alleen rekening houdend met de feiten, onbevooroordeeld
  4. 10. Onderstrepen
  5. 12. Schadelijk, nadeel veroorzakend
  6. 13. Het gereedschap
  7. 14. De ongunstige kant
  8. 15. Verbonden met een netwerk van computers
  9. 16. Het volk, het behoren tot een zekere natie
  10. 17. De waarneming
  11. 18. De samenleving
Down
  1. 2. Als een product schrijven
  2. 4. Aanduiden met een kleur of teken
  3. 5. Nadeel of schade toebrengen
  4. 7. Opschrijven, aantekenen, optekenen
  5. 8. De reden waarom je iets (niet) doet
  6. 9. De nadruk op iets leggen
  7. 10. Nauwkeurig bekijken
  8. 11. Van, voor, in verschillende landen
  9. 13. De reden