Schrijftaak2:leesdossier 1

12345678
Across
  1. 1. Deze persoon zijn achternaam is in het Nederlands sneeuw.
  2. 4. Deze ziekte heeft het broertje van Cora.
  3. 5. Dit moet je doen als je in de jungle bent, en doet Mike ook in het boek.
  4. 7. In dit jaar spelt het verhaal zich af.
  5. 8. Dit woord is in het nederlands jas, en is de uitgever van het boek.
Down
  1. 1. Dit voorwerp is de tittel van het boek.
  2. 2. Dit ben je als je geen ouders hebt.
  3. 3. Deze man heeft bijna 30 boeken op zijn naam staan.
  4. 6. Van dit meisje krijgt Mike bezoek.
  5. 7. Zo laat is het als Mike voor het eerst de tunnel in rijdt.