Seizoenen + Verjaardag

1234567891011121314151617
Across
  1. 4. De maand januari telt ..................... dagen.
  2. 8. Dit zeg je als iemand jarig is.
  3. 9. Na januari komt ................ .
  4. 10. De zevende maand
  5. 12. Hier schrijf je alle verjaardagen in.
  6. 14. De maand april telt ................. dagen.
  7. 15. Tijdens het ........ heb ik geen school.
  8. 16. Een jaar heeft ............... maanden.
Down
  1. 1. Ik draag ............., want mijn handen hebben koud.
  2. 2. Om de 4 jaar heeft februari 29 dagen. Dit jaar noemen we een ............
  3. 3. In dit seizoen vallen de bladeren van de bomen.
  4. 5. Na augustus komt ............... .
  5. 6. In de ............ ga ik naar het strand.
  6. 7. Dit schrijf je als iemand jarig is.
  7. 11. De twaalfde maand
  8. 13. Hoe .......... ben jij? Ik ben 15 jaar.
  9. 17. In de ......... bloeien de bloemen.