SenP

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 2. wat is je gevoel?
  2. 5. Communicatie gebeurt zowel digitaal als analoog
  3. 10. interne gedachten maken de communicatie moeilijker
  4. 12. Resultaat?
  5. 13. op basis van je behoefte wat is je waarneming
  6. 14. geschreven of gesproken communicatie
  7. 16. Wie?
  8. 17. wat is je behoefte
  9. 18. feitelijke waarneming
  10. 20. Wat?
  11. 22. de toon waarop je iets zegt
  12. 23. Elke communicatie heeft een inhouds en betrekkings niveau
  13. 24. Tegen wie?
Down
  1. 1. storing bij de fysieke transmitie
  2. 3. zender verstuurt iets
  3. 4. geen woorden
  4. 6. Door verschillend te interpreteren, heeft ieder zijn waarheid
  5. 7. factoren waardoor de boodschap verstoord word
  6. 8. je fysieke toestant
  7. 9. ontvanger interpreteert iets
  8. 11. een gebrek aan kennis
  9. 15. factoren die zorgen dat de boodschap mis verstaant is
  10. 19. communicatie verloopt symetrisch of complementair
  11. 21. Via wat?
  12. 23. Het is onmogelijk niet te communiceren