Across
- 2. Van links naar rechts.
- 6. Twee bedden op elkaar.
- 9. Helemaal gestrekt.
- 10. Een matras dat je met lucht moet opblazen.
- 12. Licht slapen, steeds even wakker worden.
- 13. Saai, iets waarvan je bijna in slaap valt.
- 15. Gemakkelijk, waar je je fijn bij voelt.
Down
- 1. Rondlopen terwijl je slaapt.
- 3. Iets dat je steeds opnieuw doet en waar je handig in geworden bent.
- 4. Kleding waarin je slaapt.
- 5. Opknappen, weer gezond worden.
- 7. van boven naar beneden.
- 8. Ergens anders.
- 11. Zittend half in slaap vallen waarbij je hoofd steeds omvalt.
- 14. Iets wat je ziet, ruikt, proeft, hoort, denkt, voelt.
