Slapen week 2

1234567891011121314
Across
  1. 2. Humeurig chagrijnig.
  2. 5. Daarna.
  3. 7. een tekort aan slaap.
  4. 9. Onrustig bewegen in bed.
  5. 10. Geen of weinig.
  6. 11. wakker gemaakt worden.
  7. 13. Als je wakker ligt omdat je niet kunt slapen.
  8. 14. Gapen.
Down
  1. 1. Iets langer laten duren.
  2. 3. Iemand die vooral actief is in de avond.
  3. 4. Heel erg moe.
  4. 6. Enge droom.
  5. 8. Ronddwalen in de nacht.
  6. 12. Iemand die vooral actief is in de morgen/ochtend.