Across
- 3. daar doe je thee in
- 5. ik veeg er de tafel mee af
- 6. is soms wit
- 9. is zoet
- 10. daar zit je aan als je moet leren
- 11. gebruik je een bezem of een emmer met water
- 13. dat moet je elke dag eten
- 15. als iets niet goed is
- 16. als ik niet slaap ben ik .....
Down
- 1. je kan er op zitten
- 2. dat zeg je als je naar bed gaat
- 4. een plaatje dat hangt aan de muur
- 5. doe je als je dorst hebt
- 7. daar zie je planten en bloemen
- 8. iets dat je moet doen
- 10. je smeert er soms boter op
- 12. drink je met melk en suiker
- 14. daar kun je uit drinken
- 17. wordt gemaakt uit melk
- 18. kun je naar luisteren
