Across
- 2. speelgoed is de bron van ......... omdat hij niet weet wat delen en uitlenen betekent.
- 4. leeftijdsgenootjes ervaart hij als een levendig stuk ............
- 6. een baby van 6 tot 12 maand noemen we het .............
- 7. jij weg ........ weg
- 8. angst die ontstaat als hij vreemden ziet
- 11. hij ontdekt zijn eigen wil en de wil van de volwassenen, zo ontstaan de eerste ..........
- 12. op drie jaar zien we het ontstaan van het ...........
- 13. ze spelen het zelfde spel naast elkaar.
- 14. hij weet wat winnen en verliezen is maar kan nog niet .........
- 15. met ............ bereik je meer dan met straffen
- 17. heb ja alles juist dat heb je .............
Down
- 1. je zal vaak de regels moeten ......... omdat hij alles vlug vergeet
- 3. ........... kan ontstaan bij de geboorte van een broertje of zusje
- 4. dit is een proces waarbij kinderen normen, waarden en gewoontes van de samenleving aan leren en gebruiken.
- 5. de wil ontstaat vanaf .......... maand
- 8. een baby van vier maand kan men nog niet ..........
- 9. op zes weken zien we de .............
- 10. wees ........ jouw ja is ja jouw neen is neen
- 16. bij scheidingsangst kan de ............ troost brengen.
- 18. nu kan hij zijn zelf zijn mama opzoeken, dus noemen we hem de actieve ...........
