Across
- 2. een kassa ben je vriendelijk en ....
- 4. voort een code in om te betalen
- 6. de kaas ..... je veel met de klant.
- 7. waar je gekochte spullen op legt
- 8. code op producten moet je....
Down
- 1. de kassa sta je niet maar je ...
- 3. bij een kassa werk je niet alleen maar .....
- 5. legt je spullen op voor te scannen
