Spaans woorden H7, ,H9 en H10

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334
Across
  1. 4. Sterrebeeld, ook keukenvoorwerp.
  2. 5. Groente die je aan het huilen maakt.
  3. 7. Bekende Spaanse drank met een rood-roze kleur.
  4. 9. Voorwerp om toegang tot iets te krijgen, meestal een deur.
  5. 11. Rood, blauw, oranje, geel, groen.
  6. 12. Het feest van de geboorte van Jezus.
  7. 13. Middel van vermaak, te zien in de bioscoop en uitgevoerd door acteurs.
  8. 17. Kaart waarmee men kan aantonen wie hij is, leeftijd etc.
  9. 20. Zintuig waarmee je kan zien.
  10. 21. Het einde van het leven.
  11. 22. Het belangrijkste zijn (in een film of toneelstuk).
  12. 23. Opleiding ná je bachelor.
  13. 25. Niet in de oorspronkelijke taal, maar de… van bijv. een boek of film.
  14. 27. Een einde maken aan een probleem.
  15. 29. De kunst van de Spaanse schilder Salvador Dalí was…
  16. 30. Bordspel met paarden, torens en pionnen.
  17. 32. Periode van 10 jaar.
  18. 33. Apparaat om afdrukken te maken vanaf de computer.
Down
  1. 1. Handel van product voor product.
  2. 2. Schoonmaken door middel van een bezem.
  3. 3. Dictatuur in Spanje onder Franco.
  4. 6. Populaire wintersport die gebruik maakt van twee latten.
  5. 8. Hiermee maakt men eten zoeter.
  6. 10. Fruitsoort, belangrijkste ingrediënt in guacamole.
  7. 14. Extra bij het eten, bijv. brood
  8. 15. Niet straks, maar nu...
  9. 16. Heel belangrijk voor iemand.
  10. 17. Een huwelijk beëindigen en uit elkaar gaan.
  11. 18. Leuk cadeautje voor bijv. Valentijnsdag en Moederdag, gemaakt van chocola.
  12. 19. De studie die men moet volgen als je dokter wilt worden.
  13. 24. Een planeet en de Romeinse god van de oorlog.
  14. 26. Lekkernij dat vooral in de zomer gegeten wordt.
  15. 28. Pittig Periaans visgerecht met aardappels en citroen.
  16. 31. De derde maand.
  17. 34. Smaak die bijv. de Mexicaanse keuken overheerst.