Spelling groep 8

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Across
  1. 4. Een stekelige woestijnplant.
  2. 5. Doe jij het ___ uit?
  3. 9. Een ander woord voor pasgeboren kinderen.
  4. 10. Om je te beschermen op het strand, kun je ___crème gebruiken.
  5. 13. Femke Bol kijkt tevreden terug op de door haar ___ race.
  6. 15. Voordat ik een werkblad inlever, moet ik eerst op fouten ___.
  7. 17. Een ander woord voor stroom.
  8. 19. Voorbereiden – Hans ____ het feestje goed voor.
  9. 21. Het feestje was goed voorbereid, oftewel het goed ___ feestje.
  10. 22. ___ het fruit eten, kijken we vaak het jeugdjournaal.
  11. 23. Een show met dieren en clowns die meestal in een tent wordt gegeven.
  12. 24. De peuter ____ lekker in zijn bedje.
  13. 25. `Overdrijven - De wolk is ___.
  14. 29. Een groepje overdreven stoere mannen, oftewel een groepje ____.
  15. 32. De taart van mijn moeder, oftewel ____ taart.
  16. 33. Ik eet een ___ het liefst met spek en stroop.
  17. 36. Als je je regelmatig wast, zit het wel goed met je ___.
  18. 37. Een bepaalde plek.
  19. 39. Iemand waar je niet op kunt rekenen is ___.
  20. 42. Een officieel document.
Down
  1. 1. Ik maak afdrukken van het werkblad. Nu heb ik een hele stapel ___.
  2. 2. Als je na een aantal jaar nog steeds veel last hebt van een bepaalde gebeurtenis, noemen we dat een ___.
  3. 3. De koeien staan te grazen in het ___.
  4. 6. Toen Beatrix nog koningin was, vierden we op 30 april altijd ___.
  5. 7. Lijden - Ik voel me ziek en daardoor ___ ik gisteren aan ernstige hoofdpijnen.
  6. 8. Mijn lievelingseten is soep met groenten, oftewel ___.
  7. 9. Ik was mijn handen, want ze zitten onder de microscopisch kleine beestjes, namelijk ___.
  8. 11. Ik zet op het vliegveld mijn koffers op de ____ band.
  9. 12. Een pan is gemaakt van een roodachtig metaal, de ____ pan.
  10. 14. Een vraaggesprek in een krant of op tv.
  11. 16. Overdrijven - Zo erg was het allemaal niet. Nu ben je echt aan het ___.
  12. 18. Leiden - Tijdens de paasviering ___ ik een groepje kinderen door de school.
  13. 20. Een ander woord voor een beetje.
  14. 23. Een ander woord voor ongeveer.
  15. 26. Ik ____ naar de hagelslag op de bovenste plak.
  16. 27. Een paar jaar geleden had radiozender 3FM veel succes met hun actie: het ___ huis.
  17. 28. Als je verdrietig bent over het overlijden van een dierbare, ben je in de ____.
  18. 30. Wat ___! Ik zag het echt niet aankomen.
  19. 31. Als ik binnenkom, moet ik van mijn moeder mijn laarzen op het ___ zetten.
  20. 34. Mijn oom heeft een Ferrari, hij is echt hartstikke ____.
  21. 35. ____ van geluk zegt de bruid: ‘Ja, ik wil’.
  22. 38. Voor mijn verjaardag kreeg ik veel ___.
  23. 40. Mijn opa eet als toetje het allerliefste ____.
  24. 41. Het vlees is niet gekookt, het ___ vlees.