Spreekwoorden

1234567891011121314
Across
  1. 2. ... voor de zwijnen werpen.
  2. 4. Achter het ... vissen.
  3. 6. ... komt om zijn loontje.
  4. 10. Er als de ... bij zijn.
  5. 12. Iemand bij de ... nemen.
  6. 13. Tegen de ... pissen.
  7. 14. Met het ... tegen de muur lopen.
Down
  1. 1. Met ... spelen.
  2. 3. De ... wint.
  3. 5. Aan de ... kent men de vogel.
  4. 7. Met je mond vol ... staan.
  5. 8. Ergens de ... mee scheren.
  6. 9. Iemand de ... omdoen.
  7. 11. Het beste ... struikelt wel eens.