Across
- 4. artikelen die hier liggen, ziet iedereen meteen
- 5. helemaal op het onderste schap
- 6. iets wat extra opvalt
- 8. dit zijn artikelen die de klant iedere dag nodig heeft en dus ook vaak koopt
- 11. koekjes en snoepjes
- 13. het aantal vakrijen
- 14. helemaal bovenin
- 15. alle producten op de goede plek leggen
Down
- 1. artikelen worden gepresenteerd op de grond
- 2. dit zijn artikelen die de klant iedere dag gebruikt, maar die niet zo snel opraken
- 3. first in first out
- 7. hoeveel aandacht iets trekt
- 9. een mens met een gemiddelde lengte moet voor dit schap ietsje naar beneden kijken en reiken
- 10. alle producten naar voren halen in de schappen
- 12. hoe het in de winkel staat
