Taal eenheid 8

123456789101112131415
Across
  1. 4. Als je er droevig van wordt.
  2. 6. Niet of nauwelijks kunnen zien.
  3. 7. Een vlag, meestal van een vereniging.
  4. 9. Iemand die een misdaad heeft gepleegd (stelen bv.)
  5. 10. Erg kwaad, nijdig.
  6. 11. Iets wat je kunt zien of aanraken.
  7. 12. Een soort slootje. Er staat niet altijd water in.
  8. 13. Een plaat van hout of metaal dat zorgt voor bescherming.
  9. 14. Iedereen mag je oppakken of doden.
  10. 15. Een bruin laagje op vochtig ijzer.
Down
  1. 1. Een deel van een gebouw.
  2. 2. Alles wat je had is van je afgenomen, dan ben je...
  3. 3. Alle meubels bij elkaar.
  4. 5. Een beetje vreemd, geheimzinnig.
  5. 6. Een gracht rondom een kasteel.
  6. 8. Steeds een klappend geluid maken.