Taal Groep 5 Thema 3

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243
Across
  1. 2. Een ander woord voor vreselijk en akelig.
  2. 3. Iets helemaal niet duidelijk kunnen zien. Niet scherp
  3. 4. Heel hard en met veel lawaai lachen
  4. 7. Hard en vrolijk lachen
  5. 9. Bibberen van angst, bijvoorbeeld bij een enge film is ...
  6. 11. Snel lopen
  7. 15. Lopen.
  8. 16. Een doolhof met wanden (muren) van spiegels.
  9. 17. Grenspolitie die controleert of mensen of spullen het land in en uit mogen.
  10. 19. Het botje in de neus dat tussen de 2 neusgaten zit.
  11. 20. Iemand die meereist met een groep mensen op vakantie en van alles voor ze regelt.
  12. 21. Langzaam lopen.
  13. 22. Heel blij zijn en het laten merken met geluid heet...
  14. 24. Een beeld van een persoon.
  15. 26. Regelen, zorgen dat iets gebeurt.
  16. 27. Een ander woord voor doolhof.
  17. 32. een wandeling die geregeld is.
  18. 34. Als je niet meer zenuwachtig of bang bent dan ben je ...
  19. 36. Heeeeel erg bang
  20. 37. Een andere richting nemen.
  21. 38. Een bewijs waarop staat wie je bent, hoe je eruitziet en waar je vandaan komt.
  22. 40. Iets leuks wat je kunt doen of zien in bijvoorbeeld een pretpark.
  23. 41. Het meervoud van schip is...
  24. 42. Kijken of iets goed is
  25. 43. Een ander woord voor ´verschillende´.
Down
  1. 1. Een apparaat waarmee je kleine dingen heel erg kunt vergroten zodat je ze beter kunt bekijken.
  2. 2. Lachen zonder je mond open te doen en zonder geluid te maken.
  3. 5. Bang zijn dat er iets fout gaat.
  4. 6. Een uitstapje waarbij je iets leert.
  5. 8. Ander woord voor vergrootglas.
  6. 10. Ander woord voor in de tussentijd.
  7. 12. Het verschil kunnen zien tussen 2 dingen heet iets kunnen...
  8. 13. Een ander woord voor tevreden
  9. 14. Een leesteken die je gebruikt om een zin nadruk te geven.
  10. 18. Direct en onmiddellijk.
  11. 23. Iets heel duidelijk zien is ...
  12. 25. Iets wat je kunt zien is ...
  13. 28. Een attractie waarbij je met een soort treintje over een rails rijdt. De rails gaan omhoog en omlaag en maken gekke bochten.
  14. 29. Een attractie waarbij je snel ronddraait. De stoeltjes hangen aan touwen, waardoor je gaat zweven als het gaat ronddraaien.
  15. 30. Een zin die zegt wat je moet doen.
  16. 31. Hoe iedereen zich voelt.
  17. 33. Als je een beetje angstig of bang voor iets bent dan ben je ...
  18. 35. Precies om die tijd.
  19. 39. Een grapje.
  20. 40. De toegang afsluiten, je kunt er niet meer door.