Taal in Beeld 5b blok 6 les 9

12345678
Across
  1. 1. Een diertje met een lang, dun en kaal lijf.
  2. 3. Bladeren hoog aan de takken dicht bij elkaar vormen samen een soort dak.
  3. 6. Iemand die vertelt wat er ergens is gebeurt. Dat komt op de radio of tv. Of in de krant.
  4. 7. De voeten om beurten snel optillen en weer neerzetten.
  5. 8. Het beste dat ooit behaald is.
Down
  1. 2. De bovenkant. Bijvoorbeeld van water.
  2. 4. Iets wat je doet.
  3. 5. Een man of vrouw die oplet of alles goed gaat in het bos.
  4. 6. Als je voor het eerst ergens komt, goed rondkijken om te zien hoe het is.