Across
- 1. Een diertje met een lang, dun en kaal lijf.
- 3. Bladeren hoog aan de takken dicht bij elkaar vormen samen een soort dak.
- 6. Iemand die vertelt wat er ergens is gebeurt. Dat komt op de radio of tv. Of in de krant.
- 7. De voeten om beurten snel optillen en weer neerzetten.
- 8. Het beste dat ooit behaald is.
Down
- 2. De bovenkant. Bijvoorbeeld van water.
- 4. Iets wat je doet.
- 5. Een man of vrouw die oplet of alles goed gaat in het bos.
- 6. Als je voor het eerst ergens komt, goed rondkijken om te zien hoe het is.
