Taal in beeld 6 - blok 3 - les 1

1234567891011
Across
  1. 1. Een voorwerp waardoor je iets makkelijker kunt doen
  2. 3. eindpunt Waar iets eindigt, bijvoorbeeld een spoorlijn
  3. 4. De tijd waarin de meeste mensen op vakantie gaan
  4. 7. De plaats waar je naartoe reist
  5. 8. Bekijken
  6. 9. Als iets ergens middenin ligt
  7. 11. Als je ergens het meest van houdt
Down
  1. 2. Een tochtje naar iets leuks toe
  2. 3. Als het te maken heeft met gebeurtenissen van vroeger
  3. 5. Iemand die iets zegt door de luidsprekers in een gebouw
  4. 6. Een deel van een weg of van een spoorweg
  5. 10. Als iets anders is dan normaal