taal in beeld 6a blok 3 les 5

1234567891011
Across
  1. 1. Een trein die stopt op alle stations waar hij langs komt
  2. 2. Laten weten dat je vertrekt als passagier of als gast in het hotel
  3. 6. Ergens staan of zitten zonder dat je daar echt iets te doen hebt
  4. 8. Als de trein later komt dan normaal
  5. 11. Je opgeven als passagier of als gast in een hotel
Down
  1. 1. Een trein die alleen op de grote stations stopt
  2. 3. Waar verschillende landen mee te maken hebben
  3. 4. Onvriendelijk
  4. 5. Een apparaat
  5. 7. Krachtig
  6. 9. Een gevoel van boosheid
  7. 10. Een sneltrein die alleen stopt op grote stations