Taal in beeld

12345678910
Across
  1. 3. Met een bal van de een naar de ander spelen
  2. 6. Een grote vis met scherpe tanden
  3. 7. Drinken in een glas doen
  4. 8. Dit zit in een pen zodat je er mee kunt schrijven
  5. 9. De kleinste vinger aan je hand
Down
  1. 1. Met je hand iemand begroeten
  2. 2. Niet lelijk maar ...
  3. 3. Groter worden
  4. 4. Niet boeiend
  5. 5. Niet rechts maar ...
  6. 7. Wild spelen met elkaar
  7. 10. Morsen met je eten of drinken