Taal Themawoorden T3W2L6a

1234567891011
Across
  1. 2. Het moment dat een baby geboren wordt.
  2. 4. Een vrouw die net bevallen is.
  3. 7. Zo wordt het altijd gedaan, het is de gewoonte.
  4. 8. De manier
  5. 9. Een vrouw die voor haar beroep helpt bij bevallingen.
  6. 10. Ergens mee eens zijn, bijvoorbeeld door je hoofd te knikken.
  7. 11. Je bemoeit je ermee, omdat je denkt dat het anders verkeerd gaat.
Down
  1. 1. Wat je geeft. Het kan geld zijn of iets anders.
  2. 3. Een koord waarmee de baby in de buik met zijn moeder verbonden is.
  3. 5. Ergens niet mee eens zijn, bijvoorbeeld door je hoofd te schudden.
  4. 6. Daarvóór.